Menu

Verhalen Posts

Waterprinses

Trouw was je te vinden in de Voorstraathaven. Opvallend, met je ongeschonden witte veren, niet beschermd tegen de achtergrond van roodbruine stenen en groen kabbelend water. Zo eendzaam zag je eruit. Wel omgeven door bruine en groene soortgenoten, maar toch apart. Wat was ik blij voor je, toen ik je met je gloednieuwe bonte kuikentjes zag zwemmen. Je verzamelde ze op een uitstekend eilandje van beton. Mooie moeder.
De weken erna keek ik reikhalzend naar je uit, om het goede gevoel met je te kunnen delen. Soms zat je wat verder richting Stadhuis en dan weer naast de Grote Kerk. Schijnbaar onbewogen zag ik je met steeds minder kinderkuikens, tot er nog maar één overbleef.
Waar zijn jullie gebleven? Al weken speur ik water en kant af, maar kan ik je niet meer vinden. Ben je verhuisd? Zocht je veiliger water op?
Voor mij blijf jij het voorbeeld hoe iemand smetteloos en onbeschreven in wind en water, meer kan dan overleven. Je bent als de kracht van een oogontmoeting zonder verwachting, de vertegenwoordiging van je eigen keuze.
Ik hoop dat je nog lang en gelukkig leeft. Ik zal een sprookje voor je schrijven: ‘ Er was eens een zachte, witte eend, die op een dag neerstreek in een stad vol van water. Klokken beierden zwaar over de kade, maar deze kleine prinses met haar scherpe ogen vond daar haar tijdelijke vrijplaats tussen het bonte eilandvolk. Zij baarde er kinderen en nam, toen het er zomer werd, op een lange vlucht het enige overlevende prinsje mee terug naar haar verre, witte thuis. Daar werd de bonte prins geëerd en groeide hij op tot een wijze koning met kleur, om alle andere eenden eraan te herinneren dat er plaatsen zijn waar kleur gewoon is en wit bijzonder…’

Jehanne
juli 2002

Read More

Kleine wereld

Van de grond kun je de aderen van de aarde, al dan niet gezwollen, zien als rivieren. Vanuit de lucht ziet de huid er anders uit. Niet open waterwegen, maar onderhuidse bloedstromen, lopen als donkere banen door alle soorten land. Dan zie je het vel van onze wereld, hier begroeid, daar kaal en ergens anders geschaafd en aangetast. Met rare vlakken, die symetrisch, speciaal voor het oog van de lucht gemaakt lijken te zijn.
Waar de mens werkt verschijnt een lapjesdeken met naden van wegen en prachtige puntpatronen van zorgvuldig lineair aangeplante boomgaarden. Als sterren liggen muizenhuizen waar wegen samenkomen of water stroomt. Hard en kunstmatig zijn scheidslijnen van stuwmeren. Welke vergeten dorpen worden nu bewoond door vissen, die verbaasd hun keukens verkennen? Wat eten we vandaag?
Zee is net zo diep, als hemel hoog. Alleen een eenzaam witte stip schip, maakt mateloosheid meetbaar.
Wolkengolven, als zandribbels, als vloedlijn kabbelend water, laten zien dat stromen lucht, land of water tot gelijke patronen leiden, aan gelijkwaardige wetmatigheden gehoorzamen.
Nu pas, als verderkijker, gedragen op zilveren vleugels, krijg ik de kans te begrijpen.

maart 2002,
in de lucht
Jehanne

Read More

De Vrijheid en de Doodstraf

Twee voorportalen van de dood. Gelaten rust onderin. Je weet niet wanneer je tijd aangebroken is, je weet wel dat de volgende die eruit gehaald wordt, het leven moet laten. De ruimte is te klein voor zovelen. Een glaswand scheidt de twee bakken. Berustend liggen ze laag op laag opgestapeld.
Ineens slaat in de kleinste bak de onrust toe: een kleine krab klimt bovenop zijn soortgenoten en klauwt wanhopig omhoog, naar waar hij vrijheid verwacht.
Onder hem worden grote zeeschepsels verstoord. Een ervan, een reuze zeespin, richt zich op en begint met scherpe scharen in de voorpoten van de kleine krab te knijpen. Die kan nergens heen. Meer grote zeebeesten worden wakker. De kleine krab wordt aan alle kanten aangevallen en delft het onderspit.
Nu klimt de grootste zeespin bovenop de hele stapel en grijpt met zijn lange armen bijna de bovenrand van het bassin.

Zo gaat het niet. Ik verander van plek, geëmotioneerd over deze basale strijd om te overleven, die zich voor mijn ogen afspeelde. Als een verwijzing naar de overlevingsstrijd in de samenleving, waar het er net zo aan toe gaat.

Aan het eind van de avond vraag ik aan mijn tafelgenoot hoe het ervoor staat. ‘ Alles is rustig’ krijg ik te horen. Inderdaad als ik me omdraai is alles weer in totale rust, berusting. Het is 22.00 uur, de kans dat nu nog iemand langskomt die het doodvonnis tekent lijkt verstreken.
Overigens aten wij geen schaaldieren die avond.

Jehanne
Armacao da Pera
januari 2005

Read More

Requiem voor een kleinigheid

Jouw moeder begrijpt het niet, kleine geit. Je zusje loopt rond in haar schaduw, waarom ben jij zo stil geboren? Daar lig je nu, helemaal heel, vliegen op je kleine lijf en je oogjes open. Ze duwt met haar neus maar je staat niet op. Even verder ligt je buurvrouw met twee nat-netgeboren levende kinderen, die mekkeren om melk, moeder likt en mekkert een octaaf lager terug. Aan de kant van de weg ligt de hond die het allemaal bewaakt. Dat er geen schapen en geiten weglopen. Over geboren worden en doodgaan, gaat hij niet, daar is hij niet voor opgeleid.
Overal bloeit de bloesem en ontspringt nieuw leven. Dat van jou kleine geit, was wie weet waarom, maar veels te even.

Tavira
maart 2002

Jehanne

Read More

Lotus

De zon schijnt. Het is druk in de stad. Mensen eten nazomers ijsjes. Ergens klinkt een accordeon. Vogels fluiten, klokken beieren. Twee honden spelen een spel. Katten met lange haren kijken door grote ramen naar buiten. Weekend wordt gevierd, overal is men blij met een extra onverwachte dag, toch-nog-zomer. Mensen gaan uit. Niemand weet het, ook zij niet. Dan valt de nacht op de dag dat zij sterft.

Het regent als een scherm, heel de dag. Het vocht dringt door in kieren en gaten. Herfst slaat toe, met gladde afvallige bladeren. Huilbuien kleven op ruiten. Wat verstand niet kan bevatten, houden hersens buiten. Heel klein is de kring die bij elkaar komt, troosteloos de hemel en aarde. Daar waar zij zocht, als een tere bloem, naar haar eigen plaats, haar eigen waarden, naar richting en ziel. Zoveel ontmoetingen en zo vaak twijfel en pijn. Behalve bij wie echt bij haar zou zijn. Zij zijn nu alleen, afgehakt van haar, nagebleven. Met schrik in de ziel en een donker pad naar een vage toekomst. De dag van haar uitvaart. Zij had wat van een lotusbloem.

Jehanne
oktober 2002

Read More